01 juni 2016

31 mei 2016: Filosofie en religie: een haat/liefde-verhouding (VIII)


Onderzoek naar de verhouding tussen filosofie en religie en hoe ik mij daarin situeer, heeft me enkele dingen duidelijk gemaakt.

Ten eerste: er is een filosofische, seculiere ‘zit in het leven’ en er is een religieuze, meer in het bijzonder godsdienstige ‘zit in het leven’. (Ik besef dat deze tegenstelling niet een noodzakelijke is; zij zou er ook anders uit kunnen zien. Ik ga uit van mijn eigen ‘zit in het leven’. Een tegenstelling hiermee schept de meeste helderheid.)

Een filosofische ‘zit in het leven’ is wijsgerig van aard, met passie voor waarheid als voornaamste drijfveer, en is eerst en vooral een individuele aangelegenheid.
‘Seculier’ betekent dat uitgegaan wordt van één, natuurlijke werkelijkheid. Dit is meer dan voldoende; er is geen reden om van meer uit te gaan. 
In de religieuze ‘zit in het leven’ gaat het om een (her)verbinden, en dat wordt bij voorkeur in gemeenschap met geestverwanten beleefd en gepraktiseerd, - waarbij de gemeenschap niet de enige ‘locus’ voor (her)verbinding is, maar wel de eerst voor de hand liggende.
‘Godsdienstig’ impliceert dat men uitgaat van het bestaan van een bovennatuurlijke orde, met een God als de belangrijkste bewoner ervan.
(Een eerste kanttekening, in de vorm van een vraag: in hoeverre is de filosofische levensvoering te combineren met gemeenschapsvorming? Is een onderzoeksgemeenschap, bijvoorbeeld, niet juist bevorderlijk voor de individuele wijsbegeerte? Met andere woorden: kan filosofie, opgevat als wijsbegeerte, ook religieuze vormen aannemen?)

Ten tweede: nog meer dan eerder realiseer ik me dat mijn ‘zit in het leven’ een filosofisch seculiere is. Wijsbegeerte, gedreven door een passie voor waarheid, past mij als niets anders. Denken is mijn weg: ik heb er last van, en kan het ook vruchtbaar maken, als mijn pad.
Denkend streef ik ernaar om mijn verwarring en onwetendheid op te helderen, en aldus mij te ontdoen van krampachtigheden. Filosofische perspectieven, zoals belichaamd door de grote denkers, verruimen mijn blik (en daarmee mijn levensvoering) ontegenzeglijk. En wat een tijd heeft geduurd voordat ik het werkelijk kon appreciëren is het gehoor geven aan twijfel, altijd wanneer hij zich aandient, samen met de bereidheid om aannames en vooronderstellingen te (blijven) bevragen en mijn opvattingen te herzien. Het lukt mij niet (en evenmin wil ik het) om twijfels moedwillig de kop in te drukken, - ook al zou dat voor de voortgang (van een project bijvoorbeeld) verstandiger zijn. Kritische zin, het ophelderen van verwarring en openstaan voor twijfel hangen nauw samen en zie ik als onontbeerlijk in (mijn) wijsbegeerte. Het blijkt geen vrijblijvende exercitie: telkens weer ben ik verrast door de bevrijdende werking van inzicht.

Ten derde constateer ik een (welhaast) onoverbrugbaar verschil tussen de seculier en de godgelovige, in ontologisch opzicht. Beider ontologie, opgevat als denken over wat werkelijk is en hoe, verschilt in hoe men denkt over de natuur (‘natuur’ breed opgevat, als zintuiglijk waarneembaar, al dan niet met hulpmiddelen). De seculier ziet geen reden om aan te nemen dat er iets meer is dan de natuur. De natuur is hem genoeg. De godgelovige gaat ervan uit dat er naast de natuur nog een andere werkelijkheid bestaat: bovenzinnelijk, en daarmee bovennatuurlijk.
In de praktijk blijkt het uit te maken vanuit welke ontologie men vertrekt, met name voor wat men toegestaan en geboden acht (en wat niet) en voor de rechtvaardiging ervan. Tegelijk blijkt dat een ontologisch verschil het persoonlijke contact niet in de weg hoeft te staan.

Hoe verder?

Enkele opties dringen zich aan mij op, in de vorm van vragen.
Kan filosofie, opgevat als wijsbegeerte, een spirituele weg zijn? Wat is dan een spirituele weg? En hoe zou die er filosofisch uitzien? Wat is de relevantie ervan, zowel existentieel als ook cultureel-maatschappelijk?
Wat te doen met het ontologische verschil? Is er werkelijk sprake van een radicaal verschil? Of is er een andere, betere manier om het verschil te overbruggen (of te ‘onderbruggen’)? – hetgeen zou betekenen dat er filosofisch niet echt reden is om zich druk te maken over verschillen in ontologie.
Wat te doen met ontologie überhaupt? Is zij een denkdiscipline die hoort bij een filosofiebeoefening in de verleden tijd? Of kan zij nieuwe vormen aannemen, zoals dat bijvoorbeeld ook geldt voor ethiek? En zo ja, wat is dan de zin ervan?
Zou ontologie vehikel kunnen zijn voor wijsbegeerte als spirituele weg? – dit is wat mij betreft een spannende optie om verder te onderzoeken!

Bij nader onderzoek kan blijken dat deze vragen negatief beantwoord dienen te worden. We zullen zien!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten