10 april 2016

9 april 2016. Filosofie en religie: een haat/liefde-verhouding


Vanochtend bij mijn ouders dacht ik: wat is onveranderd gebleven? Beiden zijn ondertussen zo oud dat ze het niet meer nodig vinden om de nieuwste telecom-snufjes in de vingers te krijgen. Een smartphone zullen ze niet meer aanschaffen. Ze kijken met nieuwsgierigheid en verwondering naar wat mijn zoontje op zijn mobieltje tevoorschijn weet te toveren, maar voor hen hoeft het niet meer. Wanneer zal voor mij het moment aanbreken dat ik het liever bij het oude houd? Is zo’n moment onvermijdelijk?



                                                *****


Donderdagavond ben ik begonnen met een nieuwe cursus bij de Volksuniversiteit in Amsterdam. Titel van de cursus, ‘Filosofie & religie: een haat/liefde-verhouding’. Al vele jaren is levenskunst voor mij een hoofdonderwerp. Telkens kies ik met een cursus een andere invalshoek op deze thematiek. Dit maal dacht ik te willen onderzoeken of levenskunst religie nodig heeft. Heeft religie, in welke vorm dan ook, iets te bieden wat levenskunst mist wanneer zij het zonder doet? Of anders gezegd: wat kan religie bijdragen aan levenskunst?

In het kader van dit project zit ik me af te vragen: hoe kan ik het geven van deze cursus onderdeel laten zijn van mijn herontdekkingsreis? Het onderwerp van de cursus heeft alles met mijzelf, met mijn opvoeding en met de rest van mijn leven te maken. Hoe zou ik het buiten de herontdekkingsreis kunnen laten?!

De cursus kan ik geven zoals ik ook eerdere cursussen gaf: weliswaar met een link naar mijn eigen interesses (een cursus laat ik altijd ontstaan uit een eigen vraag), maar verder staat de cursusactiviteit op zichzelf. Cursussen geef ik met veel plezier; ik hou van de activiteit. Mijn persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp is dan tijdelijk naar de achtergrond gedrukt, ook al leer ik van het vertellen, van de reacties van de deelnemers en van de discussies die dan ontstaan.

Kan dat anders? Kunnen de voordelen van het cursus geven gecombineerd worden met een voortgaand inhoudelijk onderzoeksproces? – zodat ik de scheiding in mijzelf kan opheffen tussen publiekelijke performance enerzijds (in dit geval het geven van een cursus) en anderzijds mijn eigen onderzoek (in dit geval de filosofische herontdekkingsreis).

Wellicht zal ik daartoe explicieter kunnen zijn, zowel in mijn vraagstelling als ook in mijn werkhypothese.

Eerder vertaalde ik mijn persoonlijke vraagstelling in een algemeen geformuleerde thematiek (waaruit ik dan zelf verdwenen was), en een werkhypothese liet ik goeddeels achterwege. Vervolgens liet ik de inhoud bepalen door de filosofen die de revue passeerden.

Mijn aandeel in dat proces was niet nihil. Ik had een kader geschapen (de thematiek) waarbinnen filosofen optraden, en waardoor niet alles van die filosofen relevant was, maar alleen in zoverre zij iets te zeggen hadden over de thematiek. Maar toch: mijn eigen denkcreativiteit bleef beperkt tot de keuze en de formulering van de thematiek, de keuze van de filosofen, en het ‘selectief begrijpen’ van de betreffende filosofen: wat is in hun denken wel en wat niet relevant voor het onderwerp? – terwijl het onderwerp voortkwam uit vragen die mijzelf bezig hielden, zij het verhuld.

Nogmaals, dit is op zich al heel interessant om te doen, en ik heb het jarenlang met plezier gedaan. Maar nu een stap verder. Richting meer integratie. Hoe?

Een optie is inderdaad: expliciet zijn over de vraag die mij bezig houdt. En een werk- of onderzoekshypothese inbrengen die mij past. Dat wil zeggen: hoe denk ik zelf over de vraag die ik opwerp, en wat is mijn eigen (voorlopige) antwoord op die vraag? – in plaats van het antwoord over te laten aan de behandelde filosofen, als mijn buiksprekers. Kan ik de cursus maken tot een uitkristallisatieproces van mijn eigen vraag én antwoord, in dialoog met de filosofen die ik opvoer, en in gesprek met de deelnemers die over alles wat er langs komt ook hun eigen mening vormen?

De opstand die onlangs in mij losbarstte, is, zo merk ik, ook een opstand tegen zelfverhulling. Ik kom in opstand tegen een vorm van zelfonderdrukking, waarin ik meende nog niet ‘rijp’ genoeg te zijn om er publiekelijk mijn eigen opvattingen op na te houden, om deze te exploreren en breed te maken, als filosoof.

Toegegeven, in filosofie is dat ook niet gemakkelijk, zeker wanneer je weet hebt van wat er allemaal reeds is gedacht, en van welk niveau en met welk een diepgang! Toch, vroeg of laat wil mijn eigen denkcreativiteit alle ruimte, en niet alleen privé-ruimte.



En hier zit zeker een link met mijn eigen verleden. Tenslotte ben ik ooit in opstand gekomen tegen de opvoeding en het geloof van mijn ouders, en dat had alles te maken met een gedachtegoed! Een zeer doorwrocht en hogelijk geautoriseerd gedachtegoed: dat van een christelijke traditie van enkele honderden, zo niet duizenden jaren, met een beroep op een absolute instantie, God, als hoogste autoriteit. Ik kwam ertegen in opstand zonder een alternatief te hebben, hooguit enkele vage noties en kreten. En toch verwierp ik het. Wat stelde mij daartoe in staat?

Ben ik al die tijd erna bezig geweest om een ‘redelijk’ alternatief te ontwikkelen, in de zin dat ik er met redenen omkleed mee voor de dag zou kunnen en willen komen? Is dat waarvoor ik filosofie heb gestudeerd? Heb ik daartoe praktische vormen van filosofie ontwikkeld en ermee gewerkt, om het vertrouwen in mijn eigen oordeel het empowerment te bezorgen dat het nodig had? Is dat waarom ik later mijzelf in feite een tweede studie filosofie heb bezorgd, met 15 jaar lees- en onderzoeksgroepen, dit maal met een zelfgekozen programma, en uitgaande van mijn eigen onderzoeksvragen? Is dat ook waarom ik cursussen ‘filosofie van de levenskunst’ gaf, met telkens andere onderwerpen, om mijn verworven inzichten te scherpen en indirect te onderwerpen aan de toets van begrijpelijkheid, zodat het geen onzin zou blijken? (Ik had immers het een en ander uit te leggen aan cursisten.)

Zo beschouwd zit er dus wel degelijk een lijn in mijn filosofiebeoefening van de afgelopen decennia: het ontwikkelen van een alternatief voor de levensbeschouwing waaraan ik mij had ontworsteld toen ik in opstand kwam tegen de opvoeding en het geloof van mijn ouders, uitmondend in weglopen van huis op mijn 17de. Was alles daarna een gevolg hiervan?

En het was een moeizaam proces. Mijn ouders zijn namelijk buitengewoon lieve mensen. Dat maakte het des te lastiger om in opstand te komen, tegen hen en tegen hun overtuigingen. En het maakte ook dat ik niet zomaar alles wat mij in liefde was bijgebracht bij de vuilnis kon zetten alsof het totale onzin was. En toch kon en wilde ik er niet mee leven. Hierdoor werd het zoeken en ontwikkelen van een alternatief tot een nauwgezet en moeizaam proces, wilde ik qua integriteit niet onderdoen voor de integriteit van degene tegen wie ik mij verzette, mijn vader. Het moest gewetensvol gebeuren, en dat terwijl mijn geweten grondig overhoop lag, willens en wetens...

Had dit proces ook heel openlijk gekund? Misschien. Ik was er niet toe in staat. Lange tijd voelde ik me schuldig bij de gedachte dat, wanneer ik kritisch-creatief helemaal los zou gaan, ik onvermijdelijk zou moeten aantasten wat voor mijn ouders van grote waarde is.

Met als gevolg: een tamelijk schizofreen spanningsveld tussen een persoonlijke queeste enerzijds en een publieke performance anderzijds, verwikkeld in een spel van zelfopenbaring en verhulling, dat zich stukje bij beetje ‘oploste’, en waarmee het voor mijzelf ook leefbaarder werd, want minder gespleten.

Het gaat dus niet om een ontwikkeling die nu pas inzet, maar betreft eerder de afronding ervan en de overgang naar iets nieuws.



Anyway, ben nu toe aan een volgende stap. En die ben ik aan het zetten. Deze herontdekkingsreis is de enscenering ervan.

Wat ben ik aan het herontdekken? De levensvragen, hun urgentie; de impulsen en scheppingsdrang, eerlijk en verwarrend; de behoeften en verlangens die mij dreven; de denkopties, hun aantrekkelijkheid; mijn levensgevoel, de liefde en de passie om alles te onderzoeken: kortom, alles wat ooit in mij werd losgewoeld.

Was de breuk, de opstand, de oorzaak van deze woelingen, of eerder het gevolg? Ik weet het niet. Wellicht gebeurde het allemaal gelijktijdig, greep het op elkaar in en versterkten zij elkaar.

Toen ik brak met mijn opvoeding en met het denkmilieu waarin die opvoeding plaatsvond, brak ik niet met mijn ouders, maar met iets dat breder was. Het was een ‘ideologische’ breuk, geen tussenmenselijke; daarvoor waren mijn ouders te aardig.

Op herontdekkingsreis wil ik ook opnieuw kijken naar wat aan die vragen etc is vast komen te zitten: ervaringen (inclusief denkervaringen), life-events, opgedane kennis (van filosofen e.a.), etcetera. Ik heb mij erdoor laten opvoeden en vormen, tamelijk ordeloos en zonder planning, vertrouwend op mijn intuïtie. Het wordt tijd voor een eigenlijke schifting en omvorming, als een goudsmid die eindelijk aan het werk gaat.

Mijn oorspronkelijke impuls tot opstand wil ik herontdekken: wat dreef mij toen? Waar verzette ik mij tegen? En met het oog waarop? Wat is die impuls nu nog waard? Is hij wellicht van gedaante veranderd?



Wat ik wil herontdekken is de jeugd van mijn ingang op de wereld: mijn sensibiliteit, mijn talenten, mijn intelligentie, nog voordat ik besefte dat ik mij in een ‘nog niet’ stand bevond en meende nog niet rijp genoeg te zijn om er voluit iets mee te doen. Ik wil opnieuw ruimte geven aan die insteek, maar nu vanuit het zelfvertrouwen en de kundigheid waarmee elke geslaagde opvoeding en Bildung eindigt en overgaat in volwassenheid. Het heeft bij mij een poosje geduurd...

De omhulling waarbinnen ik mij sinds mijn eerste opstand heb ontwikkeld wil ik van mij afwerpen. De cocon is niet langer nodig. Al herontdekkend wil ik tevoorschijn laten komen wat het leven me ondertussen heeft geleerd, uitgaande van en recht doend aan wat mij ooit deed opstaan.

Er is allang geen sprake meer van een mij afzetten tegen mijn ouders, noch tegen hun levensovertuiging, omwille van het op eigen benen gaan staan. Ik hou van hen en kan goed met hen opschieten. Het christelijk geloof is geen rode lap meer; het heeft ook mooie kanten. Het komt er nu op aan geheel mijn eigen weg te gaan, zonder iets of iemand die mij dierbaar is onrecht te doen. Opstaan!


05 april 2016

4 april 2016


Vandaag werd ik overvallen door een ernstig gevoel van irrelevantie. Enkele ontmoetingen met ouderen waren wellicht de aanleiding. Met bijgaande herinneringen. Zoals die aan een oudere vriendin die met wrangheid in haar stem zich erover beklaagde dat zij reeds enkele jaren niet meer wordt ‘gezien’. Niet alleen voor haar familie, maar ook voor collega’s heeft zij nu de status van een ‘oma’, - niet per se een benijdenswaardige kwalificatie, vond zijzelf.
Hoe zit het met mijn eigen relevantie? Of moet ik zeggen mijn dreigende irrelevantie?



                                                *****


Relevantie heeft een houdbaarheidsdatum, evenals een datum van ingang. Ben nu in het Van Gogh museum, mijn favoriete tempel in mijn favoriete stad: ik ga er vrijwillig heen, zonder dat er een bijzondere tentoonstelling is, wanneer ik enig ‘empowerment’ nodig heb. Om er een paar werken te zien, om te wandelen door de zalen met schilderijen en tekeningen die me nog steeds raken, of gewoon om er koffie te drinken en de sfeer te proeven. Voor mij is het een gewijde plek, op z'n middeleeuws: met veel dagjesmensen, pelgrims en spektakel.

Tussen de boerenkoppen, stadsgezichten en bloeiende boomgaarden vraag ik me af hoe een filosofisch leven eruit zou zien wanneer ik er net zo toegewijd en intensief in zou opgaan als Van Gogh in zijn schildersleven. Zou ik dan anders bezig zijn dan ik nu doe? Anders gericht?

Ik slenter door de zalen langs een leven in schilderijen, het is druk, maar dat deert niet; luister nogmaals naar de ontroerende brief waarin Emile Bernard beschrijft hoe hij de dood en de begrafenis van zijn vriend Vincent heeft ervaren, ik blijf een minuut langer staan om de tranen te laten verdwijnen; en lees hier en daar een muurtekstje. Zoals deze:
‘Een bezoek aan dit museum is als een reis met Van Gogh. We volgen een kunstenaar die zichzelf voortdurend probeert te verbeteren en die zeer betrokken was bij de ontwikkeling van de kunst van zijn tijd. Een kunstenaar die bovenal streefde naar een nieuwe kunst, waarin hij op een directe en universeel begrijpelijke manier uitdrukking kon geven aan de grote emoties van ons bestaan.’
Mooi gezegd.

Filosoferen zoals Vincent schilderde: zou dat kunnen?
Wat zou het filosofisch equivalent zijn van een schilderij? En wat dat van een tekening, of een schets?

Voordeel van kunst is dat je meerdere doeken kunt schilderen van eenzelfde onderwerp. Zoals Van Gogh deed met zonnebloemen, bijvoorbeeld. Enorme verschillen als je kijkt naar zijn eerste zonnebloemschilderijen en de latere. Hij leerde veel in de tussentijd (en zoveel jaren waren het niet!), of juist al doende. En vond zo gaandeweg zijn eigen stijl, - hoe anders?

Waarom zou zoiets niet kunnen in filosofie, in denken en schrijven over filosofische thema’s? Waarom niet hetzelfde thema meerdere keren oppakken, hernemen, als waren het studies?

Minder vreemd is het om meerdere lezingen of presentaties over eenzelfde onderwerp te doen, waarbij opzet en verwoording telkens iets anders kunnen zijn, afhankelijk van publiek en veranderend inzicht. Verschillende keren een lezing over eenzelfde onderwerp houden, met ruimte voor variatie en met leren als inzet, zou dus een goede oefening kunnen zijn. Beter nog: het stelt in staat om het onderwerp bij herhaling, en nader, te onderzoeken en het eigen inzicht te verdiepen. (Zijn lezingen het equivalent van schilderijen?)

Herhaling zou een mooie manier zijn om de moderne zucht naar originaliteit, ook onder filosofen, te boycotten, en te gaan voor oorspronkelijkheid, in de zin van: gaan voor de eigen interesse waaraan vragen en onderzoekingen ontspringen, zonder zich te laten leiden door de must van het nieuwe in vergelijking met anderen.

Deze Logboek-aantekeningen zou ik kunnen opvatten als schetsen. Of verkenningen, om in de sfeer van het reizen te blijven. Aantekeningen waarvoor? Verkenningen waarvan? Het wordt tijd om een stap verder te zetten.



                                                *****


Is gevoelde irrelevantie, of het dreigende gebrek aan relevantie, een reden voor mensen om religieus te worden?

01 april 2016

1 april 2016: vergezichten




Het is vandaag 1 april. Hoe staat het met je herontdekkingsreis?
Ja, goed om me weer eens af te vragen wat me motiveert en waar ik heen wil.

Waar gaat het je om? Wat bepaalt de koers?
Er zijn een aantal vragen en thema’s die mijn queeste richting geven. Ze worden gaandeweg duidelijker. En dat betekent dus ook af en toe bijstelling. Dus leg me er niet op vast.

Zal ik niet doen. Quo vadis?
Zo los gezegd klinkt het nogal groot...

Prima, het gaat om de horizon. Als je de stippen niet groot genoeg maakt, kun je ze niet in het vizier houden. Je mag overdrijven.
Ha, ha.

Ga los!
Okay. Wat me primair interesseert is levenliefhebbend leven. Dat is het eerste en voornaamste. Ik hou van het leven. Ik hou van de natuur. En ik hou van mensen. Ook al kan ik niet instemmen met alles wat wij mensen doen, ik ben blij dat we er zijn. Te bestaan is de grote vreugde! En dat wil ik bevorderen, bij mezelf, bij mijn naasten en in het algemeen. We leven hier en nu, maken deel uit van aards leven. Dus ja: blijf de aarde trouw!.

En?
We leven veelal niet in dat besef. Of onvoldoende. We plegen roofbouw. We genieten niet, maar consumeren. Tal van dieren en planten ontnemen we het leven dat hen past. Hele soorten gaan eraan. En langzaamaan maken we de aarde, onze eigen biotoop, onleefbaar, om te beginnen voor tal van dieren en planten, en uiteindelijk ook voor onszelf. We maken er een zootje van, terwijl we beter zouden kunnen!

Waarom zou je je daar als filosoof druk over maken?
Uiteraard moet er veel meer gebeuren dan wat een filosoof kan doen. Maar ook voor een filosoof is er werk aan de winkel.

Hoe?
Filosofie betreft ons denken, onze opvattingen, ons mens- en wereldbeeld. Hoe wij denken over onszelf, over het leven, over de natuur, etc. Het kader van waaruit wij dagelijks leven.

Ja en?
Kennelijk is ons denken op dit moment zo dat we de vernietiging van onze biotoop en die van planten en dieren gewoon laten gebeuren. Hoogste tijd om daar iets aan te doen. Hoe wij denken is niet onschuldig, integendeel. Het heeft direct gevolgen voor hoe wij handelen, voor wat wij doen en laten, en hoe. Filosofie die op dit moment existentieel relevant wil zijn, zou moeten vertrekken vanuit ons meest basale gegeven, namelijk onze situatie als levende wezen, samen met andere dieren en planten. De menselijke capaciteit om in die situatie in te grijpen brengt met zich mee dat we er de bijpassende verantwoordelijkheid voor nemen, en niet weglopen voor wat we aanrichten. En dat gebeurt niet. Erger nog, er bestaat ronduit levenveronachtzamend denken, met gevolgen.

Waar denk je aan?
Ik denk aan economisch denken dat puur uit is op gewin. Nietsontziend. Met als excuus dat het om ons eigen welzijn gaat. Ondertussen gaat de uitbuiting gewoon door, zowel van mensen als van de natuur.

Is daar niet verandering in aan het komen?
Het lijkt erop. Er wordt veel gesproken over maatschappelijk verantwoord ondernemen. En meer recent gaat het over de zogenaamde betekeniseconomie, waarin geluk en innerlijke of spirituele voldoening voorop zouden staan.

Maar je gelooft er niet in?
Het zou mooi zijn als het die kant op zou gaan. Er zijn hoopgevende initiatieven in die richting. En mijn steun hebben ze! De vraag is of deze initiatieven talrijk en sterk genoeg zijn om werkelijk verschil te maken in de wereldwijde economie, inclusief de financiële sector. Vooralsnog ben ik enigszins sceptisch. Het kapitalisme heeft zich tot nu toe weinig aangetrokken van goede bedoelingen, of heeft ze geïncorporeerd, om er mooie sier mee te maken. Maar wie weet!

Dominant blijft een economie waarin winst maken belangrijker is dan samenleven.
En dat geldt nog meer voor samenleven met de natuur. Neemt niet weg dat tegenmacht altijd welkom is! Tot nu toe kan die tegenmacht echter nauwelijks een vuist maken. Ook van levensbeschouwelijke zijde zit het wat dat betreft niet mee. Als alle levensbeschouwingen actief en radicaal zouden kiezen vóór het leven, dan zou dat een immens verschil maken, vermoed ik. Minstens als alledaagse reminder. Maar dat is helaas niet het geval.

Hoe bedoel je?
De levensbeschouwingen in de wereld bestaan nog voor een belangrijk deel uit stromingen die niet het aardse leven als hoogste prioriteit hebben, maar een ander leven dan het natuurlijke. Ik denk met name aan het Midden-Oosten en de Verenigde Staten, maar daar niet alleen. Daar valt geen tegenmacht van te verwachten tegen levensveronachtzamende praktijken.

Je doelt op godsdiensten die doen leven voor een hiernamaals of voor een verlossing van een aards bestaan?
Inderdaad. In West-Europa kun je doen alsof godsdienst nauwelijks nog van belang is, maar in grote delen van de wereld is dat anders.

Maken godsdiensten zich schuldig aan vernietiging van de aarde?
Niet rechtstreeks, maar zij maken zich evenmin sterk voor een verdediging ervan. In naam van een religie wordt er nauwelijks iets ondernomen tegen een economie die weliswaar veel produceert, maar ook minstens zoveel vernietigt.

Waarom zou dat zijn?
Een kwestie van prioriteit, wellicht. Uiteindelijk is het aardse bestaan secundair. Waarom zou je je solidariseren met de niet-menselijke natuur, wanneer je meent dat er iets beters wacht dan aards leven, of wanneer je je louter bekommert om de bestemming van de mens? En nog extremer, wanneer het je alleen gaat om je eigen mensen. Waarom zou je er alles aan doen, en dan bedoel ik ook letterlijk alles, om het leven op aarde te koesteren, wanneer het niet je eerste liefde is? Als het al niet het individuele zielenheil is dat voorop staat, dan is toch zeker de mens. De niet-menselijke natuur doet hooguit mee in zoverre zij de mens van dienst is.

Geldt dat voor alle religie?
Nee, zeker niet. Alle religies, en dat geldt ook voor godsdiensten, kennen vrijzinnige, welhaast seculiere varianten, met name wanneer men sympathiek staat ten aanzien van de verworvenheden van de kritische moderniteit. Echter, hoe verder je terug gaat naar de bron – en orthodoxe vormen focussen daarop -, hoe groter de reserve ten aanzien van het aardse leven. Zelfs in het vroege Boeddhisme tref je ronduit levensvijandige teksten aan.

En dat moet anders?
Zeker. Willen we werkelijk levenliefhebbend leven, dan dienen we niet alleen anders over de bestemming van de mens te gaan denken, maar dan zal daarin ook de niet-menselijke natuur mee begrepen moeten worden. Ons vermogen tot ingrijpen brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Wat vernietiging verdient is niet de aarde, maar levensveronachtzamende opvattingen.

Hoe?
Laat ik me beperken tot wat ik het beste ken: de Westerse beschaving en de rol daarin van levensbeschouwing. Wat ik voor me zie is een verzoening van monotheïsme met atheïsme, waardoor het verwante, ja broederlijke opties worden, met wederzijds profijt.

Is dat niet utopisch?
Zou kunnen, maar niet onmogelijk. Veel zal afhangen van de opstelling van atheïsten. Wanneer zij godsdienst blijven zien als achterlijk, dan zal er uiteraard geen toenadering mogelijk zijn. Maar wanneer zij inzien dat godsdiensten en hun tradities ook iets te bieden hebben, zelfs aan atheïsten, dan zou het zomaar kunnen dat ook godgelovigen meer open staan voor atheïstische kritiek.

En filosofie zou kunnen bijdragen aan die verzoening?
Inderdaad, door te onderzoeken wat de ‘common ground’ is van beide. Beide zijn immers een menselijke aangelegenheid. Op dit moment bestaat er tussen atheïsme en monotheïsme een vijandige controverse die volstrekt onvruchtbaar. Dat kan anders.

Zijn er nog andere thema’s of vragen die je bezig houden?
Ja, ze zijn afgeleid van het radicaal ‘ja’ zeggen tegen het aardse bestaan.

Noem eens wat?
Dat is lastig. Of ik zou een heel verhaal moeten houden, of het blijft bij kreten.

Geen probleem. Laten we het kort houden vandaag.
Met het risico nietszeggend te worden.

Okay.
Hm.

Religie kan niet buiten schot blijven, lijkt me.
Inderdaad. Religie behoeft een grondige herziening. Of herbronning. Niet alleen zit in vrijwel alle religies een fors portie levenveronachtzaming; ook zijn zij, op een enkele uitzondering na, getekend door paternalisme en imperialisme. Het lijkt onmogelijk om deze trekken uit hun make-up te verwijderen zonder die religies onherkenbaar te veranderen. Hetgeen niet vreemd is: vrijwel zonder uitzondering zijn de bestaande religies voormodern van oorsprong.

Hoe bedoel je?
De afgelopen vijf eeuwen is de menselijke conditie ingrijpend veranderd. Door moderne wetenschap en technologie, en door de ontwikkeling van steeds effectievere productiemiddelen, met rechtstreekse gevolgen voor wereld en welvaart. Bijzonder weinig in onze dagelijkse omgeving had er vijf eeuwen geleden kunnen staan. Onze leefomstandigheden zijn dus grondig gewijzigd. Het vreemde is evenwel dat de religies, die allemaal veel ouder zijn, in basis niet zijn veranderd, terwijl zij nog steeds, en zeker wereldwijd, een enorme rol spelen in hoe mensen over zichzelf denken. Wordt het tijd dat ook religie op een nieuwe leest geschoeid wordt?

Een wetenschappelijke religie? Er bestaat al zoiets, niet? Althans, in naam.
Ik denk niet dat een religie wetenschappelijk van aard kan zijn, maar het lijkt me wel zaak om bij levensbeschouwelijke vragen en de daarmee verbonden verhalen en rituelen zich iets aan te trekken van wat wetenschap te bieden heeft. Mij lijkt dat oeroude opvattingen en voorstellingswijzen die nog steeds het religieuze verhaal bepalen wel enige correctie kunnen gebruiken. Het is de vraag of de bestaande religies zo'n grondige bijstelling wel overleven. Zijn bepaalde opvattingen niet zozeer verweven met de geboorteact van de betreffende religie dat een echte, eerlijke herziening eigenlijk onmogelijk is? Is er misschien een tweede Spiltijd nodig? Of zitten we er al midden in?



En verder?
Wat bedoel je?

Heeft hetgeen je eerder poneerde implicaties voor kunst, bijvoorbeeld?
Ja, het zou mooi zijn als kunst weer meer een vieren zou worden. Een vieren van het bestaan in creativiteit.

En wat betreft levenskunst?
Kort door de bocht gaat het in levenskunst om niets anders dan enthousiast leven, en als dat niet lukt, onderzoeken hoe het te hervinden.

Geluk, is dat niet waar het om gaat in levenskunst?
Ja, wat is geluk? Ik hecht meer aan enthousiasme en levenslust, dan aan geluk, als daarmee bedoeld wordt: tevredenheid en harmonie. Eerlijk gezegd heb ik er niet veel mee. Prima als er af en toe tevredenheid en harmonie is, een prettige bijkomstigheid, maar dat is niet waar ik voor leef. Onevenwichtigheid is veel interessanter en dynamischer, en bovendien veel vaker het geval. Ik vraag me zelden af of ik gelukkig ben. Wel vraag ik me meer dan eens af hoe het staat met mijn enthousiasme. Bijvoorbeeld: ben ik nog in staat om mijn werk met enthousiasme te doen? En als het antwoord negatief is, wat dan? Hoe kan ik dan mijn enthousiasme herwinnen? Moet ik hetgeen ik doe anders gaan doen? Kan ik beter op zoek gaan naar iets anders? Enthousiasme is voor mij uiting van levenbeamend leven, zoals ook creativiteit dat kan zijn.

En politiek?
Politiek is in wezen menselijke zelforganisatie, met de vraag hoe met en voor iedere burger een menswaardig bestaan te bevorderen. Daar lijkt ernstig de klad in te zijn gekomen. Met name (en ik beperk mij even tot het Westen) nu de democratie zoals die functioneert haar geloofwaardigheid en vertrouwen bij grote delen van de bevolking lijkt te zijn kwijtgeraakt.

Wat daar aan te doen?
Een nieuw Groot Verhaal is niet de oplossing, lijkt me. Socialisme en fascisme hebben laten zien dat pogingen om alles anders te doen hebben gefaald en veel slachtoffers hebben gemaakt. Een nieuw plan voor de toekomst gaat er niet komen. 

Wat wel?
Moeilijk te zeggen. Het voornaamste lijkt me dat het weer de moeite waard wordt om waarden hoog te houden, en om er desnoods voor in opstand te komen. Niet om 'alles te veranderen', maar om iets te veranderen in naam van een waarde of een principe waarmee we ons engageren, en wel omdat zo'n waarde etc voor ons het leven de moeite waard maakt. Er is dus alle reden om je ervoor in te zetten. De bereidheid tot opstand zal ons uit de huidige lethargie halen. Evenals bij levenskunst, kan het aanvatten van de vraag 'hoe samen te leven' gebeuren vanuit de wil om enthousiast te leven. Opstand is niet alleen verontwaardigd, maar ook levenslustig!

Is dat ook wat jou drijft?
Het gaat me niet om de opstand, maar om de bereidheid ertoe, en ook dat staat uiteraard niet op zichzelf. Wat ik wil is bijdragen aan een wereld die ik mijn zoontje toewens. Kort gezegd is dat alles nog eens anders gezegd. Het cultureel-maatschappelijke leven is geen bijkomstigheid, maar integraal onderdeel van de menselijke conditie, opgevat binnen nog bredere context. Het wordt tijd dat we het leven gaan beschouwen vanuit zijn mogelijkheidsvoorwaarden, die van het aardse leven, en vanuit een hartgrondige beaming ervan, onvoorwaardelijk. Leven vanuit een diepe acceptatie van het leven!

En dit is allemaal geen grap?
Natuurlijk!



28 maart 2016

27 maart 2016



Wat me blijft bezig houden is het belang van ideeën – in de zin van de idee ‘vrijheid’, ‘rechtvaardigheid’, etc. – voor de mogelijkheid om zich te verzetten, en eventueel in opstand te komen. Een notie hebben van iets, zonder precies te weten wat het is, en er toch mee kunnen werken: dat is wat er alledaags gebeurt. Ook al weet ik niet precies wat rechtvaardigheid is, toch weet ik wanneer een situatie of gebeurtenis onrechtvaardig is. Hoe kan dat? Wat gebeurt er dan? Hoe kom ik aan die notie?



                                                *****


Kunnen wij mensen zonder transcendentie, d.w.z. zonder overstijging van een gegeven situatie? Leven we (nog) als mens wanneer we volledig opgaan in het hier en nu? – mocht dat mogelijk zijn, behalve in intense momenten. Brengt onze denktaligheid niet onontkoombaar met zich mee dat wij meer doen dan louter ervaren wat zich voordoet?

Immers, zijn de woorden waarin wij denken, zelfs wanneer wij er niet bij nadenken maar slechts constateren en benoemen, niet reeds een transcenderen van wat wij zien, horen, etc? Wanneer ik een boom zie, zie ik iets dat ik een ‘boom’ noem en dat ding verschilt van tal van andere dingen die ik ook ‘boom’ noem. Hetzelfde geldt voor ‘plant’ en ‘dier’ (ik ben in Artis). Het geldt ook voor de mensen die ik om mij heen zie: wat maakt dat ik hen allemaal benoem als ‘mens’, evenals mijzelf? Is er één hetzelfde?

Okay, ik heb woorden voor wat ik waarneem, maar menen dat het kunnen onderscheiden afhangt van woorden, doet onrecht aan wat dieren doen. Ooit een hond gezien die een kat aanzag voor een hond? Ooit een mier gezien die een kever aanzag voor een mier? Of een kraai voor een ekster? (In een dierentuin is het knap lastig om zich te vergissen: de meeste dieren zitten namelijk in verschillende hokken.) Kennelijk hebben levende wezens geen woorden nodig om de eigen soort te onderscheiden van andersoortige wezens.

(Het gedrag van dieren is de eerste weerlegging van Kant’s kentheorie, die meende dat gewaarwordingen een ‘blosses Gewühl von Erscheinungen’ blijven wanneer zij niet tot een innerlijke samenhang worden gebracht door operaties van het verstand.)

Wanneer wij mensen in staat zijn tot transcenderen, hoe zit dat dan met dieren? Zijn zij daar ook toe in staat? Of is het daartoe nodig om zich een idee te vormen? – iets wat wellicht verbonden is, of misschien zelfs inherent, aan woordgebruik. Bij (niet-menselijke) dieren is tot nu toe niets soortgelijks geconstateerd. Of toch?

Waaraan zou ik moeten kunnen merken of dieren in staat zijn tot het overstijgen van de situatie waarin zij leven? Is dat in situaties waarin dieren, chimpansees bijvoorbeeld, er blijk van geven dat unfair worden behandeld in vergelijking met andere? Dergelijk gedrag is bekend: verschillend voedsel krijgen kan leiden tot ruzies of tot het weigeren van verdere samenwerking.

Hebben ook dieren een notie van rechtvaardigheid ook al bezigen zij geen woorden? Is het terecht om een idee te koppelen aan woordgebruik?



                                                *****


Een handeling kan rechtmatig zijn (in de zin dat er volgens de heersende regels is gehandeld), maar niet rechtvaardig (in de zin dat zij niet deugt volgens mijn rechtsgevoel). Dat verschil, tussen rechtmatig en rechtvaardig, is dat niet bij uitstek een filosofische aangelegenheid? Is filosofie (in de zin van wijsbegeerte) niet de cultus waarin de ruimte voor onvanzelfsprekendheid wordt bewaard en gecultiveerd? – onvanzelfsprekend maken wat als een ‘gegeven’ wordt beschouwd, of als ‘normaal’. En zijn ideeën (zoals de idee ‘rechtvaardigheid’) niet de breekijzers in dit ruimte-houden? – ideeën die zich onontkoombaar blijven onttrekken aan definiëring, willen zij toetssteen blijven, juist in hun ongrijpbaarheid.



                                                *****


En toch: hoezeer een aap ook lijkt op een mens, of andersom, elk beeld van een aap is meer mens dan welke aap ook.

27 maart 2016

26 maart 2016: Opstand in Artis



Wat volgt is een conglomeraat aan tekstjes en thema’s waarmee ik tijdelijk vastliep, niet wetende wat ermee te doen, en vooral: waartoe. Een soort schipbreuk in de delta van het teveel, met tal van zijpaden waar ik niet meer van wist hoe er een samenhangend geheel van te brijen. Beter om het zootje te laten rusten? Heb besloten om er toch melding van te maken, te meer daar ik aanvankelijk dacht een aantal dingen op het spoor te zijn die van belang zouden kunnen zijn voor mijn onderzoek, - en wie weet. Ben er nog niet uit. Het is tenslotte een logboek. Wordt vervolgd.



                                                *****

In Artis

Bij het ontwaken van de dag
Nog voordat er bezoekers komen
Het klaaglijke gehuil
Bovenin een kale boom
Van de kleinste mensaap
Zingen noemen sommigen het
Tot twee straten verderop te horen
Het zwarte jong buitelt
Van tak naar tak
Zijn moeder tegen een witte berk
Gekleumd
Ik kijk ernaar
Vanachter een hek
En vraag mij af
Wat doet een goudwanggibbon
Hier in deze wijk

                                                *****


Alsof een andere denker in me geboren wil worden. Eén die geen genoegen meer neemt met de gegeven werkelijkheid, noch probeert om deze helemaal te begrijpen, ten einde zich er bij neer te leggen dat de wereld is zoals zij is. Realist wil ik zijn, voluit onder ogen ziend wat zich voordoet, en tegelijkertijd idealist, rechtdoend aan mijn gevoel voor waarheid en rechtvaardigheid, beseffend dat er meer mogelijk is, en ook wenselijk, vanuit de eigen aard van het beestje, - hoe problematisch dit alles ook is.

Enkele dagen geleden had ik het gevoel meer open te kunnen staan voor de werkelijkheid, met alles erop en eraan, wanneer ik ideeën en idealen meeneem in mijn appreciatie ervan. Er is niet slechts wat zich voordoet; er is ook wat iets, iemand of een situatie zou kunnen zijn, - deze spanning boeit me. In het spanningsveld van wat is en wat zou kunnen zijn voel ik me uitgenodigd om voluit te functioneren, zonder dat ik me hoef in te houden.

Gisteravond, terwijl mijn zoontje lag te slapen, ontstak zich een felle opstand in mij. Ik had geen zin meer om mijn kritiek en verontwaardiging nog langer te kortwieken en om te buigen naar berusting. Met zoonlief had ik een gedeelte van een mooie documentaire gezien over de flora en fauna in het Amazone-gebied én de bedreiging ervan door houtkap. Er worden jaarlijks nog vele nieuwe soorten ontdekt en tegelijkertijd verdwijnen er, voorgoed. Prachtige dieren, vrucht van miljoenen jaren evolutie, raken hun habitat kwijt en zijn ten dode opgeschreven, ook als soort. Buitengewoon schrijnend. Ik bedacht dat waarschijnlijk ook in Europa ooit een rijk geschakeerde natuur heeft bestaan, met tal van soorten die ondertussen zijn uitgestorven of nog slechts te zien zijn in een dierentuin. Hoeveel goeds brengt de menselijke beschaving? Hoeveel kwaad richt zij aan?

Daarna zag ik een kort filmpje waarin een katachtig dier, een soort lynx, in het wild levend, verschillende pogingen doet om een vogeltje te verschalken. Uiteindelijk lukt het hem. Met een geweldige sprong vangt hij een langs fladderend vogeltje. Jammer voor het vogeltje, uiteraard, maar des te mooier voor de grote kat. En wat een verschil met de dieren die hier gevangen zitten, in Artis, waar ik nu zit te schrijven. Vogels is het vliegen onmogelijk gemaakt. Roofdieren zijn onschadelijk, keurig gescheiden van hun prooi. Alle dieren krijgen op tijd hun natje en hun droogje. Het lijken wel mensen in een verzorgingshuis!

Ik bepleit niet een terugkeer naar een oertoestand waarin ook wij mensen nog ‘samen’ leven met ander wild. De natuur is geen paradijs. Zo aangenaam was dat leven waarschijnlijk niet. Wat wel?

Minstens het besef levend houden dat iets niet hoeft te zijn zoals het op een gegeven moment is. Hoe prettig en leerzaam een bezoek aan Artis ook is, het blijft een situatie van gevangenschap, een dierentuin.

Ik voel me in opstand. Waartegen? Tegen de mens en zijn zelfzucht en kortzichtigheid. Waarvóór? Opstand, met het oog waarop?



                                                            *****


Gistermiddag, in het filosofisch café, werden twee gespreksonderwerpen gekozen. Ten eerste de overmaat aan informatie waar we dagelijks mee te maken hebben: nieuws, boeken, tv-programma’s, kranten, documentaires, internetaanbod: alles in overweldigende overvloed. Wat te doen? Wat willen we ermee? Een andere vraag: waarom ervaren we het als een teveel? – niet iedereen, overigens; degenen die menen er iets mee te ‘moeten’.
Eeuwenlang leefden we wellicht in een situatie van informatieschaarste; gretig namen we tot ons wat zich aanbood. De laatste tijd, en zeker sinds de komst van internet, is die situatie radicaal veranderd: van relatieve schaarste naar welhaast oneindige overvloed. We moeten op dieet! Niet alleen vergt dit een herdefiniëring van wat (nog) gezonde of zinvolle informatie is. Ook worden we gedwongen ons af te vragen wat we werkelijk willen weten, om ons niet als een doldraaiende marionet te laten bepalen door wat zich aan alle kanten aan ons opdringt.
Politiek bekeken: wat is het effect van zoveel informatie? Dat niets er nog toe doet? Dat de 'wereld' een aaneenschakeling wordt van en... en... en..., zonder dat er nog iets bovenuit steekt, zonder dat nog iets in het bijzonder van belang is? Nieuws heeft een kort geheugen: wat vandaag belangrijk is, is morgen vergeten, verdrongen door ander nieuws. Is de overdaad aan informatie de ultieme verdeel-en-heers tactiek, zonder dat er iemand verantwoordelijk voor is? Verdeel de aandacht en de heersende situatie zal blijven zoals zij is...
En toch: is nieuwsgierigheid niet te prefereren boven onverschilligheid?

Na de pauze de vraag waarom velen nog zo’n moeite hebben met homoseksuelen. Concreet: wat te doen met het gegeven dat in de huidige vluchtelingenopvang homoseksuelen het leven zuur wordt gemaakt? Kan zoiets worden getolereerd? Breder getrokken: waarom hebben minderheden het vaak zo moeilijk? En wat zegt het over menszijn dat anderszijn telkens weer in de verdrukking komt, nog steeds, en zeker in tijden van crisis? Zijn hang naar identiteit en identiteitspolitiek de boosdoener?

Grote vragen waar we uiteraard niet uit zijn gekomen. Zoals vaker tijdens bijeenkomsten van het filosofisch café werd de beginvraag aan alle kanten verkend, aan de hand van voorbeelden, en met soms onverwachte standpunten en uitweidingen. Er werd vooral veel omgewoeld. Een oefening in onvanzelfsprekendheid dus, - een welkome vorm van filosofische exploratie. Er valt natuurlijk veel meer mee te doen, maar als begin uitstekend! Laat filosofie een telkens opnieuw beginnen zijn!

                                                *****


Wat mij gedurende de bijeenkomst enkele malen inviel, was een associatie met tolerantie. Ergens moeite mee hebben is op zich geen probleem. Het hoeft niet te leiden tot veroordelen of bestrijden. Dat is precies de ruimte die tolerantie biedt. We tolereren niet iets wat we leuk of aangenaam vinden of waar we het mee eens zijn, maar het betreft iets waar we moeite mee hebben. Tolerantie biedt ruimte aan pluriformiteit, ook in ongemakkelijke zin, wanneer we niet van harte instemmen met al haar manifestaties. Daarom is tolerantie het hart van een vrije samenleving! Wanneer anderszijn een reden wordt om ertegen aan te gaan, ten einde het te verbieden of te criminaliseren, dan betekent dat een minder vrij worden van de samenleving, om te beginnen in mentaliteit. Helaas zijn er allerlei tendensen in de politiek, met name in de VS, die hun winst proberen te halen uit het aanwakkeren van intolerantie, - iets wat door politici die de democratie hoog hebben nu juist niet zou moeten worden gestimuleerd; zij delven daarmee het graf van de gelijkberechtiging van pluriformiteit.
Maar impliceert tolerantie dat we alles voor lief moeten nemen? Leidt dat niet eerder tot onverschilligheid?
Wat gistermiddag tot me doordrong is dat tolerantie niet betekent dat kritiek buiten de deur moet worden gehouden. Integendeel, een gezond tolerant klimaat sluit de mogelijkheid van kritiek juist in. (Wederzijdse kritiek, wel te verstaan, waarbij ook de ander zich gerechtigd voelt om zich kritisch te roeren.) Zo niet, dan wordt tolerantie tot een gedwongen accepteren, wat niet vol te houden is, en uiteindelijk zal leiden tot een heftige tegenreactie, waarin wordt omgekeerd wat men met tolerantie wilde bereiken, namelijk ruimte voor anderszijn.
Hoe zowel tolerant te zijn, als ook ruimte te bieden aan een kritische uitwisseling? M.a.w. hoe tolerantie meer te laten zijn dan een elkaar met rust laten? Misschien zijn we tot nu toe wel veel te gemakzuchtig geweest, als het gaat om kritische verdraagzaamheid. En wat zouden we niet kunnen leren van een tolerantie die wederzijds ruimte geeft aan vraagtekens door de ander, zonder dat het leidt tot pogingen tot verbod!
Hebben we tolerantie tot nu toe wel voldoende van de positieve kant belicht?

                                                *****



                                                *****


Doordenkend op de waarde van tolerantie, vraag ik me af welke waarden ik zou willen hooghouden. Waarvoor zou ik in opstand willen komen? Immers, opstand gebeurt in naam van een waarde die voor de opstandige het leven de moeite waard maakt.
De keuze is om een gegeven werkelijkheid gelaten te aanvaarden, óf om protest aan te tekenen en zich kritisch te manifesteren in het besef van een waarde, of waarden, die je niet wilt laten ondersneeuwen.
Opstand beweegt zich dus aan de grens van een tolerantie die zichzelf serieus neemt, als kritische verdraagzaamheid. Opstand wil niet langer verdraagzaam zijn, omdat een kritische grens is overschreden.
Opstand is niet hetzelfde als revolutie. Wie revolutie wil, wil alles veranderen, een soort reset plegen, waarin de werkelijkheid van de grond af aan anders gestructureerd is. Revolutie gelooft in een radicaal andere wereld; zij gelooft in een andere mens.
Ik heb ooit in de mogelijkheid én de noodzaak van zo’n verandering geloofd, maar dat is alweer een tijdje verleden tijd. De Val van de Muur, in 1989, deed me realiseren dat ik eerder revolutionair dacht en de mogelijkheid open hield voor een radicale omwenteling, - welke wist ik niet precies; de Sovjet-realiteit trok mij niet aan, maar toch: iets vergelijkbaars, maar dan beter, moest mogelijk zijn. Ik had mijn twijfels, maar de hoop woog zwaarder.
Met de Val van de Muur ging ook dit vage geloof eraan. Een revolutie zag ik niet langer als optie. Dit werd versterkt door de verhalen die loskwamen over het dagelijks leven in het ‘reëel existerende socialisme’ en over corruptie aan de top.
Wat er gaandeweg voor in de plaats kwam, was de mogelijkheid van opstand, als manifestatie van een zichzelf serieus nemende kritische houding, met het oog op een waarde die je wilt verdedigen, dan wel versterken. Opstand is meer dan verzet; hij wil iets hooghouden. (Ben ik niet ooit zelf in opstand gekomen toen ik wegliep van huis en brak met waarden en een levensvisie die niet de mijne waren? In naam waarvan?)
Soms zakt deze optie, die van de opstand, weg achter mijn horizon. Gisteravond stak zij opnieuw de kop op!



                                                *****


Zolang maatschappijkritiek en culturele verandering radicaal worden opgevat, gevangen in het revolutionaire framewerk, zal er niets gebeuren. Niemand loopt er nog warm voor, behalve in sektarische zelfgenoegzaamheid. Het voor de hand liggende alternatief is dan het omgekeerde: lijdzame acceptatie van wat het geval is.
Wanneer we van maatschappelijke verandering verwachten dat zij totaal is (in revolutionaire zin dus), of anders maar niet, dan is elk optimisme bij voorbaar een verloren zaak, want die totale verandering gaat er niet komen. Toch is verandering mogelijk! Bovendien, zij gebeurt voortdurend. De vraag is in welke richting, en deze kan mede worden bepaald door degenen die zich ervoor inzetten!
Het wordt tijd om te exploreren wat opstand te bieden heeft!



                                                *****

Typisch voor revolutionair denken: 'eis het onmogelijke', - nooit begrepen waarom dat zo nastrevenswaardig zou zijn, het onmogelijke.
Liever: 'wees irrealistisch, eis het mogelijke!'


                                                *****

Groot tumult boven het verblijf van de Afrikaanse wilde hond.
Een tiental kraaien krijst hoog in de bomen.
Een van de wilde honden loopt te dollen
Met een kraai in de bek,
Gevangen in een onbewaakt ogenblik.
De anderen rennen mee,
Willen ook een beet.
Het krijsen houdt aan.
Gefladder,
Maar de kraaien blijven boven,
Hoog in de bomen.

20 maart 2016

19 maart 2016: Socratische onderneming


Vanmiddag een socratisch gesprek afgerond, bij de Volksuniversiteit hier in Amsterdam. Twee halve weekenden hebben we onderzoek gedaan naar de vraag ‘Waar liggen de grenzen van tolerantie?’, aan de hand van een mooi ervaringsvoorbeeld. Hierin werd de voorbeeldgeefster op haar werk geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag van een leidinggevende, in de zakelijke sfeer. Uitkomst van het gezamenlijke onderzoek: wanneer je wordt geregeerd door angst, zie je geen keuzemogelijkheden, en ben je niet in staat tot tolerantie; het leidt tot een vorm van acceptatie, zij het onder het protest van gevoelens teleurstelling en verontwaardiging die blijven doorzeuren.

Wat mij telkens weer opvalt, wanneer ik een socratisch gesprek begeleid, is de kracht van denkrasters waarmee we alledaagse situaties en gebeurtenissen waarnemen en beoordelen. Die denkrasters verhinderen om te zien wat er werkelijk gebeurt of is gebeurd. We passen de feiten aan aan hoe wij denken dat zij moeten zijn gebeurd, in plaats van andersom, - hetgeen niet vreemd is in de flow van het dagelijks leven, maar het kan er wel toe leiden dat wij ons een verkeerd beeld vormen, en een ander, en wellicht ook onszelf, niet of slechts gedeeltelijk begrijpen.

In het gesprek, bijvoorbeeld, bleek het voor sommige deelnemers moeilijk om zich voor te stellen hoe het is om te leven geregeerd door angst. Zij gingen ervan uit dat je als rationeel persoon altijd de ruimte hebt om keuzemogelijkheden te zien en ook altijd iets kunt doen aan een onaangename situatie. Maar wat als angst nu eens leidend is? Is het wel terecht om het verstand en zijn helderheid zo’n vaste en prominente plek te geven in ons mensbeeld? Kun je van iemand verwachten dat zij tolerant is wanneer angst en onmacht zorgen voor een blikvernauwing?



Wanneer op die manier onze denkgewoontes op scherp worden gezet, besef ik weer waarom de socratische methode mijn voorliefde geniet. Zij stelt in staat om ons conceptuele framewerk te onderwerpen aan de test van de ervaring. Een wijsgerige reality check. In een socratisch gesprek zijn ervaringsvoorbeelden niet illustraties bij wat we al vinden (zoals alledaags gebeurt), maar ze zijn de toetssteen voor de geldigheid van onze opvattingen. Deze worden onderzocht in het licht van ervaringen, en niet andersom.

Vooralsnog zie ik deze aanpak als de enige testmogelijkheid voor theorievorming in filosofie (opgevat als wijsbegeerte): de ervaringstest. In de studeerkamer kan van alles worden bedacht, al dan niet met behulp van boeken en andere theorieën, maar wat zegt dat over de geldigheid ervan? Worden we er wijzer van wat betreft onze situatie als mens, of is het denkproduct (essay, artikel, boek etc) de zoveelste getuigenis van het menselijk vermogen tot het creëren van bedenksels, om niet te zeggen: tot fabuleren en speculeren? Waarom zou veel filosofie niet gewoon filofictie zijn? Een veredeld meningencircus: denkbaar en als het even kan ook onderhoudend, ja, maar is het ook waar wat wordt beweerd?

Hoe een opvatting filosofisch te onderzoeken op geldigheid? Logica biedt weinig hoop. Ook onzin kan heel consistent zijn. Ontkomen we aan ervaring als toets? Ik zie niet hoe. Wellicht dat er ook nog andere methoden zijn, maar ik ken alleen de socratische, als methode waarin ervaring voluit serieus wordt genomen, als bron van wijsheid en als toetssteen voor onzin of irrelevantie.

De socratische aanpak heeft zich diep in mijn leef- en denkwijze ingegraven, zo merk ik. Ook deze filosofische herontdekkingsreis geeft er uitdrukking aan. Ik probeer zoveel mogelijk socratische elementen binnen mijn onderzoek te halen. Minstens door te denken en te schrijven op locatie (en niet tussen mijn boeken) en door gedachtevorming te koppelen aan gebeurtenissen en situaties. Ik zoek de gesitueerdheid, met aandacht voor wat zij bij mij teweeg brengt. En anders dan in wetenschap, gaat het me niet om onpersoonlijke objectiviteit, maar om beleving en subjectiviteit, onderzocht op algemeen menselijkheid, - iets wat eveneens in een socratisch gesprek alle ruimte krijgt. Behalve waarneembare gebeurtenissen zijn ook emoties en afwegingen feiten; zij ‘gebeuren’ in een wisselwerking met omstandigheden. Geen neutraliteit dus, of ‘view from nowhere’, evenmin als streven. Motto: filosoferen met je leven, - de enige zinvolle invulling van levenskunst die ik me kan voorstellen. Toegegeven: deze aanpak staat bij mij nog in de kinderschoenen. Er valt nog meer mee te doen!

En vraag: waartoe een socratische aanpak? Waartoe deze onderneming? Waar ben ik op uit?



17 maart 2016

16 maart 2016: Politieke contrasten


Er zijn twee ‘politieke’ bijeenkomsten waar ik allebei heen wil. Een over de doorbraak van duurzame energie in een Meet Up van de VPRO, naar aanleiding van een tv-uitzending afgelopen zondag. En een protestbijeenkomst tegen het steeds duurder worden van wonen in mijn eigen wijk, de Spaarndammerbuurt.

Ik vind het moeilijk kiezen. Zorgen dat woningen betaalbaar blijven is belangrijk, wil ook de jongere generatie nog in de stad kunnen wonen, - zoals mijn benedenbuurman (een bejaarde, maar nog steeds geëngageerde Amsterdammer) mij voorhield, en hij heeft groot gelijk. Het gemeentelijke beleid lijkt erop gericht te zijn om het centrum van Amsterdam fors uit te breiden. Het zou me niet verbazen wanneer over een tiental jaren de hele stad binnen de ring is opgeknapt, opgeleukt en aantrekkelijk gemaakt voor de hogere inkomens en toeristen. Mensen met een mindere beurs zullen stukje bij beetje buiten de ring worden gedrukt. In mijn eigen wijk is dat duidelijk te zien: steeds meer koopwoningen en een scherpe afname van sociale woningbouw. Terecht protest dus.



Ik kies toch voor de Meet Up over duurzame energie, - op een andere manier minstens zo belangrijk voor de wereld die ik mijn zoontje toewens. Bovendien, wat mij heeft aangesproken in de tv-uitzending: de optimistische insteek. Het nieuws wordt beheerst door crises, ellende en dwaasheid, alsof de hele wereld bestaat uit burgeroorlogen, bomaanslagen, vluchtelingen, politici die van hun voetstuk vallen vanwege corruptie en andere politici die te zot zijn om serieus te nemen, ware het niet dat het om machtige posities gaat, - zoals Trump en Cruz in de huidige voorverkiezingen voor het presidentschap in de VS. Tegelijk blijken er tal van mensen bezig te zijn met verfrissende initiatieven. Zoals duurzame energieprojecten. Ik ben benieuwd hoe de Meet Up daar nog meer handen en voeten aan zou kunnen geven.
Wat blijkt: reserveren is niet meer mogelijk. Vol.

Okay, dan toch naar de protestbijeenkomst in buurthuis ‘De Horizon’. Ik kom ruim vijf minuten te laat. Waar is de vergadering? In het buurtrestaurant. Okay. In de eetruimte zit de initiatiefnemer met enkele anderen nog volop aan de maaltijd. Hun borden liggen vol dampende stamppot en groentetaart; kennelijk is men er zojuist aan begonnen. Is hier de actievergadering? Ja. Om half acht, toch? Over een kwartiertje. Hm. De lokale tv is langs geweest. Okay, maar, ... hm. Met de geur van verse worst in mijn neusgaten word ik aan een tafel gezet, samen met nog twee binnenkomers. Ik kijk het enkele minuten aan, en denk: het wordt niets; dit is niet serieus. Verspilde moeite, verspilde tijd.

Ik besluit om alsnog te proberen bij de Meet Up binnen te komen. En het lukt. Pakhuis de Zwijger, een voormalig koelpakhuis aan de Piet Heinkade, zit bomvol, ruim 350 mensen, jong en ouder. In de grote, hoge ruimte kan ik nog juist een lege stoel bemachtigen. Interviews met betrokkenen, in interactie met de zaal. High-tech presentaties op negen enorme projectieschermen, zaalrond, met filmfragmenten en twitter reacties live.

Het thema, de doorbraak van duurzame energie, wordt van verschillende kanten belicht door experts: de filmmaker, een politicus, iemand van een milieuorganisatie, een vertegenwoordiger van een groene energieleverancier, een fabrikant van zonnecellen, etc. Informatief, en interessant om te zien wat er gebeurt nu duurzame energie goedkoper aan het worden is dan olie en gas. Zal het werkelijk een revolutie betekenen? Zal ons energiegebruik aanmerkelijk schoner worden? Zullen we ons eindelijk onafhankelijk maken van olieproducerende schurkenregimes? Ben benieuwd waar het heen gaat! De bijeenkomst stemt hoopvol.

Ik ben naar de Meet Up gegaan met een vraag op zak. Het woonblok waarin ik mijn verdieping heb, heeft een langgerekt plat dak. Waarom geen zonnepanelen! Hoe dat aan te pakken? Wellicht dat de aanwezigen mij tips zullen kunnen geven.

Het format van de bijeenkomst leent zich evenwel slecht voor mijn concrete vraag. Het is de eerste keer dat ik naar een Meet Up ga, en had een kleinschaliger verwachting van het gebeuren. Ik zal zien of ik op een andere manier verder kan komen met mijn vraag.

Opmerkelijk vind ik de sfeer: energiek, initiatiefrijk en ondernemend, met aandacht voor wereldveranderende innovaties. Het contrast met de ‘actievergadering’ in het buurthuis kan niet groter zijn. Gemoedelijkheid en gezamenlijk eten stel ik zeer op prijs, maar effectief protest tegen duur wonen zal je er niet mee van de grond krijgen.

Een ander contrast. Aan het einde van de bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger wordt een trailer getoond van de komende tv-uitzending plus Meet Up: het lot van Syrische vluchtelingen in Turkije. Even weer heel iets anders. Terug in de wereld van het dagelijkse nieuws.