Vandaag werd ik overvallen door een ernstig gevoel van
irrelevantie. Enkele ontmoetingen met ouderen waren wellicht de aanleiding. Met
bijgaande herinneringen. Zoals die aan een oudere vriendin die met wrangheid in
haar stem zich erover beklaagde dat zij reeds enkele jaren niet meer wordt
‘gezien’. Niet alleen voor haar familie, maar ook voor collega’s heeft zij nu
de status van een ‘oma’, - niet per se een benijdenswaardige kwalificatie, vond
zijzelf.
Hoe zit het met mijn eigen relevantie? Of moet ik zeggen
mijn dreigende irrelevantie?
*****
Relevantie heeft een houdbaarheidsdatum, evenals een datum
van ingang. Ben nu in het Van Gogh museum, mijn favoriete tempel in mijn
favoriete stad: ik ga er vrijwillig heen, zonder dat er een bijzondere
tentoonstelling is, wanneer ik enig ‘empowerment’ nodig heb. Om er een paar
werken te zien, om te wandelen door de zalen met schilderijen en tekeningen die
me nog steeds raken, of gewoon om er koffie te drinken en de sfeer te proeven. Voor mij is het een gewijde plek, op z'n middeleeuws: met veel dagjesmensen, pelgrims en spektakel.
Tussen de boerenkoppen, stadsgezichten en bloeiende
boomgaarden vraag ik me af hoe een filosofisch leven eruit zou zien wanneer ik
er net zo toegewijd en intensief in zou opgaan als Van Gogh in zijn
schildersleven. Zou ik dan anders bezig zijn dan ik nu doe? Anders gericht?
Ik slenter door de zalen langs een leven in schilderijen,
het is druk, maar dat deert niet; luister nogmaals naar de ontroerende brief
waarin Emile Bernard beschrijft hoe hij de dood en de begrafenis van zijn
vriend Vincent heeft ervaren, ik blijf een minuut langer staan om de tranen te
laten verdwijnen; en lees hier en daar een muurtekstje. Zoals deze:
‘Een bezoek aan dit museum is als een reis met Van Gogh. We
volgen een kunstenaar die zichzelf voortdurend probeert te verbeteren en die
zeer betrokken was bij de ontwikkeling van de kunst van zijn tijd. Een
kunstenaar die bovenal streefde naar een nieuwe kunst, waarin hij op een
directe en universeel begrijpelijke manier uitdrukking kon geven aan de grote
emoties van ons bestaan.’
Mooi gezegd.
Filosoferen zoals Vincent schilderde: zou dat kunnen?
Wat zou het filosofisch equivalent zijn van een schilderij?
En wat dat van een tekening, of een schets?
Voordeel van kunst is dat je meerdere doeken kunt schilderen
van eenzelfde onderwerp. Zoals Van Gogh deed met zonnebloemen, bijvoorbeeld.
Enorme verschillen als je kijkt naar zijn eerste zonnebloemschilderijen en de
latere. Hij leerde veel in de tussentijd (en zoveel jaren waren het niet!), of
juist al doende. En vond zo gaandeweg zijn eigen stijl, - hoe anders?
Waarom zou zoiets niet kunnen in filosofie, in denken en
schrijven over filosofische thema’s? Waarom niet hetzelfde thema meerdere keren
oppakken, hernemen, als waren het studies?
Minder vreemd is het om meerdere lezingen of presentaties
over eenzelfde onderwerp te doen, waarbij opzet en verwoording telkens iets
anders kunnen zijn, afhankelijk van publiek en veranderend inzicht.
Verschillende keren een lezing over eenzelfde onderwerp houden, met ruimte voor
variatie en met leren als inzet, zou dus een goede oefening kunnen zijn. Beter
nog: het stelt in staat om het onderwerp bij herhaling, en nader, te
onderzoeken en het eigen inzicht te verdiepen. (Zijn lezingen het equivalent
van schilderijen?)
Herhaling zou een mooie manier zijn om de moderne zucht naar
originaliteit, ook onder filosofen, te boycotten, en te gaan voor
oorspronkelijkheid, in de zin van: gaan voor de eigen interesse waaraan vragen
en onderzoekingen ontspringen, zonder zich te laten leiden door de must van het
nieuwe in vergelijking met anderen.
Deze Logboek-aantekeningen zou ik kunnen opvatten als
schetsen. Of verkenningen, om in de sfeer van het reizen te blijven.
Aantekeningen waarvoor? Verkenningen waarvan? Het wordt tijd om een stap verder
te zetten.
*****
Is gevoelde irrelevantie, of het dreigende gebrek aan
relevantie, een reden voor mensen om religieus te worden?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten