11 augustus 2016

10 augustus 2016: Ecolonische verkenningen (II)

Rituelen en symbolische praktijken: aan beide meegedaan, hier in de Ecolonie. Eergisteravond een Zweethut-ceremonie. Gistermiddag ‘Mandala tekenen in de natuur’. Met name de eerste was indrukwekkend. Nog niet eerder gedaan.

De Zweethut-ceremonie vond plaats op een veldje, enkele kilometers verwijderd van de camping, te midden van bossen en heuvels. Gezamenlijk, met acht andere deelnemers, veelal mannen, en een ceremoniemeester, zaten we in een aardedonkere tent, rondom roodgloeiende basaltstenen in een gat in de grond. De stenen werden buiten in een stevig kampvuur heet gestookt, en vervolgens binnengebracht. Ze werden bestrooid met kruiden, en af en toe overgoten met water. Al snel vulde de ruimte zich met een geurende damp.

De ceremoniemeester reciteerde Indiaanse spreuken en zong trage, vaak onverstaanbare liederen, waaraan we klanknabootsend meededen.

Het ritueel in de afgesloten, donkere, verhitte hut bracht me geheel in mijn lijf. De denkmachine kwam welhaast tot stilstand. Weinig omzwervingen. Wat nog dacht was mijn lijf. Een voelend denken. Ik zat er naakt. Het zweet stroomde uit de poriën. Af en toe liet ik mijn handen over mijn lijf glijden. Mijn huid baadde in een fontein van lichaamsvocht.

In drie rondes werd ons gevraagd aandacht te schenken: aan onszelf, wat ons beweegt, nu; aan de aarde en wat we ervan liefhebben; en aan onze dankbaarheden: wie of wat zijn we dankbaar. We werden uitgenodigd te delen wat in ons opkwam. Een buitengewoon eerlijk gebeuren!

Tussen de verschillende rondes gingen we naar buiten, om water te drinken en om bij te komen, lang uitgestrekt, in het koele natte gras, onder de sterrenhemel. Met het gezicht naar de aarde, erin rustend, of naar boven, onder een fonkelende sterrenhemel. Het was ondertussen ook buiten donker geworden.

Ik ervoer het als een heel mannelijk gebeuren. Om in de termen van het oorspronkelijke ritueel te blijven: als een krijger die weer tot zichzelf komt. Sores achter me latend, inkerend tot mijzelf, de banden herstellend met dierbaren en de omgeving.

Ter afsluiting rookten we, rondom het kampvuur, de vredespijp. ‘Indian time’ ging ieder weer zijns weegs, ruim na de geplande eindtijd.

                                                            *****


Het daagt mij meer en meer dat filosofie alleen onvoldoende is, om mijn diepste verlangen waar te maken. Om te realiseren wat mij drijft. Een wijsgerige levensvorm behoeft meer dan filosofiebeoefening.

Waar duidt dit op? Verkeerde verwachtingen van filosofie? Een onhelder idee van hetgeen waarnaar ik op zoek ben? Een combinatie van beide?

Tijdens de Zweethut-ceremonie gaf ik als antwoord op de vraag wat ik nu het liefst zou willen: ‘Rust vinden in mijzelf, leeg van zorgen, besognes en problemen’. Ik had mijn aarzelingen bij de formulering. Het was niet helemaal wat ik wilde zeggen, maar kon op dat moment geen betere woorden vinden.

Het laatste deel van de zin klopt slechts gedeeltelijk. En de meeste moeite heb ik met het woord ‘rust’. Ik wil wel ‘iets’ vinden in mijzelf, maar geen rust. Alsof dan niets meer zou hoeven. Heb geen problemen met activiteiten, integendeel; het gaat me om de manier waarop, of beter: de houding van waaruit ik iets doe. Rust? Nee, iets anders. Wat?

Waar verlang ik naar? Niet naar ‘rust’. Ook niet naar ‘goedheid’ (zoals in ‘fundamentele goedheid’) of iets dergelijks, alsof alles okay is. Noch naar ‘leegte’, alsof er niets meer valt te exploreren. Wat wel? Basis! Heb nog geen idee wat ik ermee bedoel, maar heb het gevoel dat de aanduiding klopt: basis, - een woord zonder morele lading; evenmin zegt het iets over wel-of-niet-iets-doen.

Ik verlang ernaar ‘in mijn basis te zakken’ en van daaruit te leven. Hoe dat te doen?

                                                *****


De andere workshop een dag later, ‘Mandala tekenen in de natuur’, gaf een verdere verdieping aan deze vraagstelling. Plus een aanwijzing. Niet rechtstreeks, maar toch.

Samen met mijn zoontje en mijn vriendin had ik me ingeschreven voor de workshop. We hadden geen speciale reden om eraan mee te doen, behalve dat we alle drie iets hebben met tekenen, benieuwd waren naar de combinatie ‘mandala’ en ‘natuur’, en het leuk vonden om met z’n drieën iets te doen.

Een aardige mevrouw legde het een en ander uit over mandala’s, gaf ons een vierkant vel tekenpapier en kleurpotloden, en enkele aanwijzingen. Met een passer tekenden we drie cirkels, waardoor een binnenrondje en een buitenrand ontstonden, met daartussen een open ruimte.

Ons werd gevraagd om in het binnenrondje het eigen lievelingsteken te tekenen of iets anders dat ons dierbaar is. Ik tekende er een gloeiende zon: in het midden dieprood, naar buiten toe oranje en dan geel.

Vervolgens werd ons gevraagd om ons door de omgeving te laten inspireren voor de buitenrand; we kregen maximaal vijf kleurpotloden mee.

Met mijn zoontje ging ik naar de kruidentuin. Ik tekende er wat mij trof: enkele planten, veel bladeren, een boom, een blauwe lucht, en omdat ik in de tekening ook nog iets menselijks wilde: het tuinpoortje. Het zag er aardig uit.

Terug bij de aardige mevrouw kregen we opdracht om het binnenrondje te verbinden met de buitenrand. Dat konden we doen aan de hand van een kaart uit het ‘Inner child’-spel, - een soort tarotkaarten. Ieder trok een kaart. Ik trok ‘Tien van de harten’, - volgens de mevrouw een gelukskaart: veelkleurig, met in het midden een vrouw met zwierig lang haar, en een regenboog met hartjes.

Niet goed wetend hoe het een en ander te combineren, begon ik losjes lijnen te trekken. Gaandeweg ‘ontdekte’ ik in het lijnenspel een gele vogel, dwars over de tussenruimte, reikend van de boom aan de rechterkant naar het poortje aan de linkerkant. Deze figuur heb ik vervolgens versterkt met extra gele lijnen. Zo ontstond een enorme vogel, een soort vuurvogel, met de zon als hart.

De mevrouw van de workshop gaf verder niet veel uitleg bij wat we gedaan hadden. Ze liet ons vertellen wat we gedaan hadden en dat gaf reeds een aanzet tot duiding.

                                                            *****


De mens is een interpreterend dier, en dat maakt ons ook gevoelig voor symbolen. In ieder geval kon ik het niet laten om naar aanleiding van de tekening allerlei associaties op te laten borrelen, ook na afloop van de workshop.

Of de tekening me iets wilde zeggen, weet ik niet. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat een duiding noodzakelijk volgt uit wat ik getekend had. Belangrijker is hetgeen het bij mij opriep. (Sorry voor de wazigheid van wat volgt…)

Bij het vertellen wat ik had gedaan was me al wel duidelijk geworden dat het groene leven onderin de buitenrand op twee manieren was ‘verbonden’ met het hemelsblauw bovenin: door een dikke boom aan de rechterkant én via een open poort aan de linker. De boom stond er stevig en had vele takken, maar blokkeerde eveneens: hij was breder dan de buitenrand; er kon niets langs. Aan de linkerkant groeiden weliswaar grote planten, maar er was een opening: van het groene aardse leven was er een open verbinding naar de blauwe hemel, man-made, door een poort. (Hoe symbolisch wil je het hebben?)

In de tussenruimte een enorme vogel, vurig als de zon, reikend van de ene kant naar de andere: van de grote, blokkerende boom, naar de open poort. (Het wordt bijna clichématig…) En ja, ook opmerkelijk: de vogel gaat van rechts naar links. De omgekeerde richting is voor mij de gebruikelijke. Ik zou (mij) dus om moeten keren: een andere richting nemen dan ik gewoon ben.

Vanochtend in bed, terwijl de zon reeds bladerschaduwen tekende op het tentzeil, verbond zich het een en ander. Ik verwacht teveel van filosofie, of het verkeerde. Denken past mij. Het is vruchtbaar als een boom, vertakt zich alle kanten op, maar denken blokkeert ook, zeker wanneer ik er teveel van verwacht. Wanneer is het teveel? Wanneer ik verwacht denkend te kunnen ‘bereiken’ waar ik naar verlang.

Waarnaar verlang ik? Een basis vinden. In mijzelf. Die basis is er reeds. Het vinden ervan is een kwestie van ‘ontdekken’, niet van ‘uitvinden’. Of ‘scheppen’, - of toch? De poort was gemaakt, manmade...

Wat de veeltakkige boom van het denken betreft, hij doet mij niet mijn basis ervaren. Het denken kan erheen leiden, maar de basis zelf is geen kwestie van denken.

Wat wel? Iets de andere kant op, tegen mijn gebruikelijke manier van doen in. Waarheen? Mijn lijf in, wellicht. In contact komen met al hetgeen mij voedt. Om te beginnen de aarde. En mijn geliefden en naasten.

(Ik weet: deze duidingen zeggen alles over mij, de duider. Kan mij slecht voorstellen dat een ander bij dezelfde tekening eenzelfde verhaal zou hebben geproduceerd. Het is duidelijk: symbolische voorstellingen geven alle ruimte! En waarom niet!)

Tijdens de Zweethut-ceremonie werd ons gevraag voor wie of wat we dankbaarheid voelden. Wat bij me op kwam, en wat ik ook heb uitgesproken, was: ‘Ik dank de aarde die maakt dat ik leven mag. Ik dank mijn vader en moeder. Ik dank mijn zoontje dat hij in mijn leven is. Ik dank de moeder van mijn zoontje die hem heeft gebaard. Ik dank mijn vriendin dat zij in mijn leven is.’ Daarnaast sprak ik mijn dank uit naar alle mensen van wie ik geleerd heb.

Mijn dankbaarheden vallen niet samen met mijn basis, maar zij spelen zonder twijfel een belangrijke rol in het ervaren ervan. Zij helpen mij houden van de bergen en de bossen, van de mensen op aarde, en van dat kleine bolletje dat door de kosmos suist, de aarde, - mijn antwoord op de tweede vraag: de vraag naar wat ik liefheb.

Met filosofie kom ik er niet. Denken wil ik zeker niet diskwalificeren, maar het is wel zaak ervan te verwachten wat het ook kan waarmaken, en meer niet.

Vraag waar ik mee blijf zitten: Hoe wel vanuit mijn basis te leven? En hoe er weer ‘in’ te geraken wanneer haar kwijt ben? – ook al zou dat eigenlijk niet kunnen.

                                                            *****


De Ecolonie was een niet-gekozen plek voor mijn onderzoek. De vakantie hier was al enkele maanden geleden gepland. Toch bleek zij een uitstekende omgeving om een aantal zaken uit te kristalliseren en ook af te ronden. Met name de workshops die ik hier heb gevolgd sloten perfect aan bij waar ik mee bezig ben! Zij werkten als een katalysator. Een welkome verrassing!

Ook zijn er tijdens het verblijf alhier een aantal suggesties gerezen voor vervolg. Zoals mij verdiepen in de wereld van rituelen, mythen en symbolen, - iets wat het project waar ik de afgelopen maanden mee bezig was een geheel nieuwe draai zou kunnen geven!

Heb het gevoel dat een spanningsboog is voltooid. Wat rest is het herzien van het materiaal dat ik gedurende dit onderzoek heb geproduceerd, tezamen met hetgeen nog opkomt aan vragen en reflecties. En dan kan ik door naar het volgende!


09 augustus 2016

8 augustus 2016: Ecolonische verkenningen

We zijn op vakantie in de Ecolonie, met z’n drieën. De Ecolonie is een ecologische leefgemeenschap, in Noordoost Frankrijk, met uitgebreide kampeergelegenheid. Door het jaar heen is de Ecolonie een zelfvoorzienende ecologische boerderij, met groenten, kruiden, geiten en zonne-collectoren. Alles zo duurzaam mogelijk. Daarnaast biedt zij ruimte aan bezoekers en vakantiegangers zoals wij.

De sfeer heeft een hoog esoterisch gehalte, compleet met Wensspiraal, mantra’s zingen in een Piramide, en een Heilige Berk. Wekelijks is er een keur aan workshops. Er is ook een bibliotheekje, met een uiteenlopende verzameling boeken, in hoofdzaak rond Oosterse en Westerse spiritualiteit. En verder heel veel aardige mensen, van uiterst relaxed tot maniakaal gedisciplineerd volgens een of andere leer.

Het is niet de eerste keer dat ik hier ben. Het is een uitstekende plek om te ontspannen en bij te komen van het drukke stadsleven. De Ecolonie beslaat een uitgebreid, groen, heuvelend gebied: tuinen, weilanden, bossen en meertjes. Op het hele terrein is golvende elektronica verboden: geen wifi, geen mobiele telefonie, geen games, - ook geen Pokékon Go dus, het spel dat zo ongeveer de halve wereld in zijn greep lijkt te hebben, inclusief mijn zoontje. Hier niets van dat alles. Een stralingsvrije zone, een digitale witte plek. ‘Sociale leefbaarheid’ staat voorop. Mijn zoontje heeft er binnen een dag vier of vijf vriendjes die hij eerder niet kende. Heel verfrissend.

Elke keer dat ik hier ben, kom ik in de verleiding om mij te verdiepen in esoterische literatuur. Het bibliotheekje staat er vol mee. Verbazingwekkend wat er allemaal gedaan en beweerd wordt op het gebied van wijsheid & geluk, lichaamswerk, handlezen en aanverwanten. Het oogt een kleine moeite om er een werk aan toe te voegen, inclusief praktijkboek uiteraard. Ik dacht aan een formule als: ‘Stromende liefde: één is stilstand, twee beweging, drie dynamiek, of crashen’. Zoiets. Zou een leuk, uitdagend boekje kunnen worden, vermoed ik.

Term die mij het meest opvalt, wanneer ik door de kasten vol fantasierijke titels neus, is ‘bewustzijn’: ‘bewust leven’, het ‘kleine en grote bewustzijn’, het ‘verbindende bewustzijn’, het ‘on(der)bewuste’, en zo voorts. (Wordt telkens naar hetzelfde verwezen, of is dat semantische schijn?)

Wat heb ik met esoterie? Is zij méér dan het cultiveren van gevoelswijsheden, al dan niet geput uit eeuwenoude tradities?

Lang geleden leerde mij Otto D., een hoogleraar filosofie die mij ervan heeft weerhouden om een doorgewinterde rationalist te worden, dat ook inzake esoterie en spiritualiteit niet alleen kritische zin van belang is, maar ook de bereidheid om het kaf van het koren te scheiden. Het heeft weinig zin om een heel interessegebied massief te verwerpen.

En inderdaad, andersdenkenden de kans geven vergt soms een forse vertaalslag en het moeizaam opschorten van (gemakzuchtig) oordelen, maar er valt vaak iets te leren! Juist het verbazingwekkend andere kan de eigen zekerheden stevig opschudden en onvanzelfsprekend maken, - altijd welkom! Ook esoterie en spiritualiteit verdienen het voordeel van de twijfel.

Dit keer zet ik mijn ecolonische verkenningen in het teken van het onderzoek van het afgelopen halfjaar. In de bibliotheek alhier tref ik twee boeken aan die daar uitstekend bij passen: een interview-boek met Joseph Campbell, ‘Mythen en bewustzijn. De kracht van de mythologische verbeelding’, en een boek met C.G. Jung, ‘De mens en zijn symbolen’. Ik zal er niet veel mee kunnen doen deze week, maar goed om er weer aan herinnerd te worden en er een poosje in rond te struinen.

Met deze twee boeken pak ik eerdere draden op. Jung en Campbell exploreren fascinerende thema’s: rituelen, mythen en symbolen. Zij hebben eeuwenlang een grote rol gespeeld in het leven van mensen. Culturen bestonden er voor een groot deel uit. Zij vormden het hart van het gemeenschapsleven. En nu? Is de rol van rituelen, mythen en symbolen uitgespeeld? Of herken ik ze niet, terwijl zij wel degelijk aanwezig zijn, ook in de geseculariseerde samenleving?

De interesse voor deze thema’s loopt al heel lang mee in wat ik doe, zij het voornamelijk ondergronds. Af en toe steken zij de kop op. Dan doe ik er iets mee, meestal maar kort. Waarom? Wordt het tijd om er meer mee te doen? En wat boeit me erin? Waarin zouden ze kunnen bijdragen aan mijn onderzoek?

08 augustus 2016

7 augustus 2016: Vragen, sporen en reflecties (III)

I.
Ben ik iets anders aan het doen dan mezelf tot een geheel maken? – en misschien wordt het nooit méér dan dat. Of is ‘geheel’ niet het juiste woord? Waar contrasteert het mee? Delen? Verspreid-zijn? Uiteen liggen? Wat wil bijeen komen?
Of: Ben ik iets anders aan het doen dan mijzelf heel maken? ‘Heel’: van waaruit dan? Vanuit gebrokenheid? Vanuit verwonding?
In ieder geval betreft het méér dan denken!


II.
In zoverre ik in mijn wijsgerige onderneming nadrukkelijk rekening wil houden met het ‘méér dan denken’, hieraan een existentieel belang toeken, en van hieruit kritisch ben naar de pretenties van filosofische en wetenschappelijke rationaliteit, is mijn filosofie een antifilosofie. Conceptuele analyse, denkcreativiteit en het ontwikkelen van perspectieven zijn belangrijk, maar niet toereikend. ‘Voet aan de grond’ krijgen en houden in de werkelijkheid is geen kwestie van denken. Ik ben méér dan ik denk.


III.
Filosofie als wijsbegeerte is in de basis een antifilosofie.


IV.
Wat daagt in filosofie als vrijheidspraktijk? Wat daagt in het ophelderen van verwarring, in de wijsgerige omvorming van kwetsbaarheden, frustraties en andere hindernissen, in het leren van ervaringen? Een vrije, mobiele geest. En dan? Geen idee.


V.
Hoe om te gaan met de neiging tot ergeren en moraliseren? Hoe deze te transformeren? De neiging (of is het een behoefte?) is niet permanent noch prominent, maar toch aanwezig genoeg om er last van te hebben.


VI.
Waar wil ik uitkomen? Niet in een filosofie, noch in vele, maar ‘eronder’, voorbij concepten, of beter: eraan voorafgaand. Rusten in het ‘gat’ van de leegte, de non-conceptuele basis van het bestaan. Blabla. Oftewel: een opgeruimd gemoed. Rust in mijzelf, vrij van sores.

02 augustus 2016

2 augustus 2016: Vragen, sporen en reflecties (II)

I.
Wat te verwachten van filosofie? Wat vermag filosofie?
Filosofie is een verzameling geestverruimende middelen. Filosofen onderzoeken de situatie van de mens, en dat doet elk van hen vanuit een eigen vraagstelling. Dit onderzoek levert niet of nauwelijks praktische tips op. Wat het wel oplevert, zijn vragen, concepten en inzichten, die tezamen een filosofisch perspectief vormen. Een dergelijk perspectief verruimt het zicht op menszijn.
Filosofie is een oefening in onvanzelfsprekendheid: de eigen opvattingen worden niet langer voor lief genomen. Filosofen formuleren (en scheppen) problemen die iedereen aangaan. Zij creëren concepten die iets denkbaar maken, en daarmee ervaarbaar. Waarheid is dan ook geen ‘ontdekken’, maar een ‘uitvinden’: filosofische perspectieven stellen in staat om hetzelfde anders te zien. Dit is de enige ‘oplossing’ die filosofie te bieden heeft die haar naam waardig is.
De insteek van een filosoof komt voort uit de eigen ‘zit in het leven’ en gesitueerdheid van de persoon in kwestie. In zoverre heeft die insteek een particuliere kant. De creatieve kracht van een filosoof (die de moeite waard is) bestaat erin dat hij erin slaagt de eigen particulariteit om te zetten en te vertalen in vragen, concepten en inzichten die iedereen aangaan, waardoor zijn denken aanspraak kan maken op algemeen geldigheid.
Wat ermee te doen?
Ervaring, en met name de eigen ervaring, is de enige check voor de geldigheid van filosofische beweringen over menszijn. Immers, wat in het algemeen wordt beweerd (over menszijn) dient op te gaan in bijzondere gevallen (i.c. een mens); zo niet, dan blijft het ofwel een particuliere opvatting, ofwel het is onzin.
De vraag die aan elke filosofie gesteld kan worden: wat verheldert zij over mijn situatie als mens? Anders gezegd: is een gedachte, een opvatting, een filosofisch perspectief het waard om rekening mee te houden in mijn denken, om na te streven, of om in te passen in mijn leven? Dit vergt toetsing, vanuit een onderzoekende houding. En aangezien alle filosofie over menszijn gaat, ben ik zelf de uiteindelijke toets.
Er is geen enkele reden om ervan uit te gaan dat een filosoof bij voorbaat gelijk heeft. Het is mogelijk dat ik nog niet toe ben aan een inzicht dat mij wordt aangereikt, maar dat is dan nog geen reden om het onbegrepen te accepteren. Elke filosofie verdient respect, dat wil zeggen: een samengaan van welwillendheid en kritische houding. Zonder welwillendheid is kritiek louter uit op (ver)oordelen. En zonder kritische houding wordt de ander niet serieus genomen als mens die in staat is tot zelfstandig nadenken. In beide gevallen is er geen sprake van respect. Het is een belediging voor een filosofie wanneer zij kritiekloos wordt aanvaard. Zij verdient beter.


II.
Elke filosofie kent sterktes en zwaktes. In de sterke kant komt het perspectief tot uiting dat kenmerkend is voor de filosoof in kwestie. De zwaktes liggen doorgaans in de periferie, d.w.z. buiten de actieradius van het betreffende perspectief. Het heeft weinig zin om te focussen op de zwaktes van een filosofie. Verspilde moeite, verloren tijd. Voor criticasters wellicht een aardige hobby, maar wie filosofie als geestverruimend middel wil ervaren, doet er beter aan zijn voordeel te doen met de sterke kant ervan.


III.
Ouder worden hoeft geen issue te zijn, zolang ik mezelf blijf uitvinden, telkens weer. Er is geen voorgegeven traject van menselijke ontwikkeling. Het is onze natuur om ons aan het natuurlijke ritme te onttrekken. Geen voorschriften dus, over wat iemand per leeftijd behoort te doen. Oud-zijn betekent: zichzelf niet langer willen vernieuwen, of dat niet meer kunnen.


IV.
Herhaling. Een van de geheimen van filosofie als wijsbegeerte: herhaling. Filosofen die mij dierbaar zijn telkens opnieuw presenteren: om te actualiseren wat hen de moeite waard maakt. Een herhaling die geen herhaling is, maar een hernemen van hetzelfde, als oefening. Telkens enigszins anders begrepen: in verdiepende herhaling, vanuit verdiept inzicht. Het is een plezier om filosofen te presenteren, en een noodzaak: het stelt me in staat om het perspectief dat een filosoof belichaamt wederom tot leven te wekken, in de eerste plaats voor mijzelf! Als reminder en inoefening, en als uiteenzetting met de eigen situatie. Zonder herhaling kan filosofie niet tot wijsbegeerte worden.