08 augustus 2016

7 augustus 2016: Vragen, sporen en reflecties (III)

I.
Ben ik iets anders aan het doen dan mezelf tot een geheel maken? – en misschien wordt het nooit méér dan dat. Of is ‘geheel’ niet het juiste woord? Waar contrasteert het mee? Delen? Verspreid-zijn? Uiteen liggen? Wat wil bijeen komen?
Of: Ben ik iets anders aan het doen dan mijzelf heel maken? ‘Heel’: van waaruit dan? Vanuit gebrokenheid? Vanuit verwonding?
In ieder geval betreft het méér dan denken!


II.
In zoverre ik in mijn wijsgerige onderneming nadrukkelijk rekening wil houden met het ‘méér dan denken’, hieraan een existentieel belang toeken, en van hieruit kritisch ben naar de pretenties van filosofische en wetenschappelijke rationaliteit, is mijn filosofie een antifilosofie. Conceptuele analyse, denkcreativiteit en het ontwikkelen van perspectieven zijn belangrijk, maar niet toereikend. ‘Voet aan de grond’ krijgen en houden in de werkelijkheid is geen kwestie van denken. Ik ben méér dan ik denk.


III.
Filosofie als wijsbegeerte is in de basis een antifilosofie.


IV.
Wat daagt in filosofie als vrijheidspraktijk? Wat daagt in het ophelderen van verwarring, in de wijsgerige omvorming van kwetsbaarheden, frustraties en andere hindernissen, in het leren van ervaringen? Een vrije, mobiele geest. En dan? Geen idee.


V.
Hoe om te gaan met de neiging tot ergeren en moraliseren? Hoe deze te transformeren? De neiging (of is het een behoefte?) is niet permanent noch prominent, maar toch aanwezig genoeg om er last van te hebben.


VI.
Waar wil ik uitkomen? Niet in een filosofie, noch in vele, maar ‘eronder’, voorbij concepten, of beter: eraan voorafgaand. Rusten in het ‘gat’ van de leegte, de non-conceptuele basis van het bestaan. Blabla. Oftewel: een opgeruimd gemoed. Rust in mijzelf, vrij van sores.

02 augustus 2016

2 augustus 2016: Vragen, sporen en reflecties (II)

I.
Wat te verwachten van filosofie? Wat vermag filosofie?
Filosofie is een verzameling geestverruimende middelen. Filosofen onderzoeken de situatie van de mens, en dat doet elk van hen vanuit een eigen vraagstelling. Dit onderzoek levert niet of nauwelijks praktische tips op. Wat het wel oplevert, zijn vragen, concepten en inzichten, die tezamen een filosofisch perspectief vormen. Een dergelijk perspectief verruimt het zicht op menszijn.
Filosofie is een oefening in onvanzelfsprekendheid: de eigen opvattingen worden niet langer voor lief genomen. Filosofen formuleren (en scheppen) problemen die iedereen aangaan. Zij creëren concepten die iets denkbaar maken, en daarmee ervaarbaar. Waarheid is dan ook geen ‘ontdekken’, maar een ‘uitvinden’: filosofische perspectieven stellen in staat om hetzelfde anders te zien. Dit is de enige ‘oplossing’ die filosofie te bieden heeft die haar naam waardig is.
De insteek van een filosoof komt voort uit de eigen ‘zit in het leven’ en gesitueerdheid van de persoon in kwestie. In zoverre heeft die insteek een particuliere kant. De creatieve kracht van een filosoof (die de moeite waard is) bestaat erin dat hij erin slaagt de eigen particulariteit om te zetten en te vertalen in vragen, concepten en inzichten die iedereen aangaan, waardoor zijn denken aanspraak kan maken op algemeen geldigheid.
Wat ermee te doen?
Ervaring, en met name de eigen ervaring, is de enige check voor de geldigheid van filosofische beweringen over menszijn. Immers, wat in het algemeen wordt beweerd (over menszijn) dient op te gaan in bijzondere gevallen (i.c. een mens); zo niet, dan blijft het ofwel een particuliere opvatting, ofwel het is onzin.
De vraag die aan elke filosofie gesteld kan worden: wat verheldert zij over mijn situatie als mens? Anders gezegd: is een gedachte, een opvatting, een filosofisch perspectief het waard om rekening mee te houden in mijn denken, om na te streven, of om in te passen in mijn leven? Dit vergt toetsing, vanuit een onderzoekende houding. En aangezien alle filosofie over menszijn gaat, ben ik zelf de uiteindelijke toets.
Er is geen enkele reden om ervan uit te gaan dat een filosoof bij voorbaat gelijk heeft. Het is mogelijk dat ik nog niet toe ben aan een inzicht dat mij wordt aangereikt, maar dat is dan nog geen reden om het onbegrepen te accepteren. Elke filosofie verdient respect, dat wil zeggen: een samengaan van welwillendheid en kritische houding. Zonder welwillendheid is kritiek louter uit op (ver)oordelen. En zonder kritische houding wordt de ander niet serieus genomen als mens die in staat is tot zelfstandig nadenken. In beide gevallen is er geen sprake van respect. Het is een belediging voor een filosofie wanneer zij kritiekloos wordt aanvaard. Zij verdient beter.


II.
Elke filosofie kent sterktes en zwaktes. In de sterke kant komt het perspectief tot uiting dat kenmerkend is voor de filosoof in kwestie. De zwaktes liggen doorgaans in de periferie, d.w.z. buiten de actieradius van het betreffende perspectief. Het heeft weinig zin om te focussen op de zwaktes van een filosofie. Verspilde moeite, verloren tijd. Voor criticasters wellicht een aardige hobby, maar wie filosofie als geestverruimend middel wil ervaren, doet er beter aan zijn voordeel te doen met de sterke kant ervan.


III.
Ouder worden hoeft geen issue te zijn, zolang ik mezelf blijf uitvinden, telkens weer. Er is geen voorgegeven traject van menselijke ontwikkeling. Het is onze natuur om ons aan het natuurlijke ritme te onttrekken. Geen voorschriften dus, over wat iemand per leeftijd behoort te doen. Oud-zijn betekent: zichzelf niet langer willen vernieuwen, of dat niet meer kunnen.


IV.
Herhaling. Een van de geheimen van filosofie als wijsbegeerte: herhaling. Filosofen die mij dierbaar zijn telkens opnieuw presenteren: om te actualiseren wat hen de moeite waard maakt. Een herhaling die geen herhaling is, maar een hernemen van hetzelfde, als oefening. Telkens enigszins anders begrepen: in verdiepende herhaling, vanuit verdiept inzicht. Het is een plezier om filosofen te presenteren, en een noodzaak: het stelt me in staat om het perspectief dat een filosoof belichaamt wederom tot leven te wekken, in de eerste plaats voor mijzelf! Als reminder en inoefening, en als uiteenzetting met de eigen situatie. Zonder herhaling kan filosofie niet tot wijsbegeerte worden.


26 juli 2016

25 juli 2016: Vragen, sporen en reflecties

I.
Wat ik gaande dit onderzoek heb gedaan, is een niet-geïntegreerd deel integreren mijn leven, te weten mijn geschiedenis met godsdienst en de breuk met de opvoeding en het geloof van mijn ouders, plus de gevolgen van die breuk. Dat niet-geïntegreerde deel bleef mij altijd als een schaduw begeleiden. De schaduw was er, maar ik wilde haar niet zien of wilde dat zij niet gezien werd. Door ernaar te kijken, haar bestaan te erkennen en te onderzoeken wat ik van haar kan leren, is dit ‘part maudit’ nu niet langer stom, maar kan een volwaardige rol gaan spelen in de sensibiliteit en intelligentie van mijn wezen. Zij kan nu uit de schaduw treden, bloeien in het licht van mijn openbaarheid en zal mij niet langer tegenhouden, als een onzichtbare hindernis, een kracht ‘from nowhere’ die mij doet inhouden. Er blijkt niets te vrezen, integendeel: geïntegreerd blijkt dit deel van mijn leven een grote krachtbron en vindgroeve voor verdere ontwikkeling! Ik heb de familie die ik ben uitgebreid, en ben er blij mee!


II.
Wat valt er meer in het algemeen over ‘levensvorm’ te zeggen? Het minste: dat er levensvormen in meervoud zijn. De wijsgerige is er slechts één van.


III.
Sommige levensvormen verkeren in de gelukkige omstandigheid dat hun oefening ook een werkzaamheid is. Zo kan ik me bij menig kunstenaar, componist of schrijver voorstellen dat het creatieve proces zowel zorg voor het zelf is, als ook werkzaamheid, resulterend in een artistiek werk. Mozart, Van Gogh, Lucebert: hun dagelijkse arbeid was ook een dagelijkse oefening in de levensvorm die hen eigen was.
Bij andere activiteiten lijkt de verhouding anders te liggen. Ik denk aan koks, boeren, dienstverleners, huisvrouwen, wetenschappers, et cetera. Kunnen zij hun levensvorm cultiveren in het doen van hun werkzaamheden, of hebben zij daarvoor andersoortige oefeningen nodig, als zorg voor het zelf?
Wat is een werkzaamheid waarbij het uitgesloten is dat zij tevens spirituele oefening zou kunnen zijn?


IV.
Waar ben ik op uit? Leven vanuit een diepe acceptatie van het leven! Het wordende leven!
In mijn zorg voor het zelf betekent dat: mij thuis voelen in mijzelf, in de wereld en in het leven. En: worden wie ik ben, namelijk een worden.
In mijn werk: geëngageerd (d.w.z. met het oog op een leefbare toekomst) en creatief bijdragen aan de samenleving als kunstwerk, vanuit een thuis voelen en een diepe eerbied voor de aarde als ons aller moeder.


V.
Met porno heb ik niets. Ik doe het liever zelf. De fantasie wil ook wat, okay, maar eerlijk gezegd slaagt porno er bij mij niet in de fantasie te prikkelen. Het is te duidelijk een nepspelletje dat alleen wordt gespeeld om een show op te voeren en er geld mee te verdienen. Ooit de indruk gehad dat de acteurs er zelf plezier aan beleefden? Porno doet niets anders dan inspelen op mijn lustgevoelens. Ik moet erg dronken zijn om geen last te hebben van deze eenzijdigheid. Het mechanische van porno mist elke authenticiteit, of het is geen porno.
Wanneer de illusie te zichtbaar een illusie is, slaag ik er niet meer in om erin te geloven.
Het is in die zin te vergelijken met godsdienst: wanneer het inzicht daagt dat ‘god’ en het ‘bovennatuurlijke’ een fabricaat zijn van wensdenken en niet meer dan dat, wordt het onmogelijk om er nog waarde aan te hechten. Ik heb geen talent voor het bovennatuurlijke.
Misschien hebben ze met elkaar te maken: het bovennatuurlijke en porno. In ieder geval doen beide me niets. Geef mij maar de realiteit!


VI.
Levensvormtester: Muziek! Hoeveel verdraagt hij, zonder weg te kwijnen? Of bloeit hij erdoor op, trekt haar aan? Een gedachte idem.